Hout voor uw haard of kachel moet minstens twee jaar, liefst gekloofd, op een droge en winderige plek hebben gelegen. Ook zaagsel-parraffine briketten zijn een uitstekende brandstof. Een goed brandend vuur herkent u aan kleurloze of witte rook. Aanmaken doet u bij voorkeur met aanmaakhoutjes. Stook uitsluitend door en door droog hout of houtbriketten in een houtkachel.
Kachels en haarden zijn GEEN allesbranders. Alhoewel veel zaken branden, is het slecht voor uw gezondheid en voor het milieu, om zomaar alles in een haard of kachel te verbranden. Plastic, geverfd of geďmpregneerd hout, spaanplaat, hout met lijmresten, melkpakken, en allerlei huishoudelijk afval mogen NIET in haard of kachel. Ze kunnen kankerverwekkende stoffen afgeven bij verbranding. De enige allesbrander is de afvalverbrander van de overheid!
Indien u het vuur wilt doven, omdat u wilt gaan slapen of iets anders doen, laat het vuur dan uit zichzelf uitgaan. Laat bij een open haard de schoorsteenklep helemaal open staan. Plaats eventueel een vonkenscherm of sluit de haard of kachel zodat er geen vonken kunnen wegspringen. Blijf goed ventileren.
Zorg voor een goede ventilatie voor de beste verbranding. Uitstekend voor het rendement en goed voor uw gezondheid. Loop even naar buiten om vast te stellen of u goed stookt. Dat is het geval bij witte of kleurloze rook.
Laat minstens een keer per jaar de schoorsteen vegen. Indien u intensief hout stookt zelfs twee keer per jaar: een keer in de zomer een keer rond nieuwjaar. Ga veilig met vuur om. Win advies in bij Geerts b.v.b.a., uw vakman voor het soort haard en kachel dat in uw situatie het meest geschikt is. Eis de veiligheid, waarop u recht heeft.
De verschillende houtsoorten hebben een verschillend warmtegevend vermogen en zij verbranden niet allemaal op dezelfde manier; geef in het algemeen de voorkeur aan hard hout zoals eik, beuk, es, haagbeuk, fruitbomenhout : zij geven mooie vlammen en veel kolen die lang blijven gloeien.
Welke hout u ook kiest, het moet goed droog zijn. Vochtig hout geeft veel minder warmte: een groot deel van de energie wordt uitsluitend gebruikt voor verdamping van het water. Spinthout -zo noemt men het jonge hout onmiddelijk onder de schors- kan tot 75% water bevatten. Bovendien geeft vochtig hout veel rook af en weinig vlammen en veroorzaakt het sterke vervuiling van haard en schoorsteen. Om het drogen te bevorderen, moet groot rondhout worden gekliefd. Het hout moet worden bewaard op een afgedekte of tegen de regen beschutte, maar goed verluchte plaats. Meestal duurt het drogen twee jaar. Met wat ervaring kunt u het droogstadium beoordelen door de houtblokken op de hand te wegen: hoe droger ze zijn, hoe lichter ze zijn en hoe helderder het geluid als u ze tegen elkaar stoot.